Orde van dienst

Orde van dienst voor:

Online dienst op Pinksteren 31 mei 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter) van Wingerden
Orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Pinksterzendingscollecte : over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Klokgelui

Inleidende orgelspel: Komm Gott, Schöpfer, heiliger Geist van J.S. Bach (BWV 631) (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Johannes 16: 12, 13a

Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen.

De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.

Samenzang Ps 104: 1, 8

1 Mijn ziel, verheerlijk God om zijne macht.

Bekleed is Hij met majesteit en pracht,

het licht heeft Hij als mantel omgeslagen,

Hij maakt de wolken tot zijn zegewagen.

Hij die de hemel uitspant als een tent,

Hij bouwt zijn zalen in het firmament.

Op vleugels van de wind schrijdt Hij verheven,

storm zendt Hij uit, door vuur wordt Hij omgeven.

8 Al wat er in uw grote schepping leeft

wacht, Heer, op U, tot Gij hun voedsel geeft.

Ontsluit G’ uw hand, zij zamelen de gaven

waarmee Gij hen wilt spijzigen en laven.

Verbergt Gij uw gezicht, hen dreigt de dood,

stof worden zij weer in der aarde schoot.

Maar d’ adem van uw Geest brengt hen tot leven;

het aardrijk wordt een nieuwe bloei gegeven.

Gebed

Samenzang OTH 301: 1, 2, 3 Samen in de naam van Jezus

1 Samen in de naam van Jezus
Heffen wij een loflied aan,
Want de Geest spreekt alle talen
En doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken
Naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen,
Samen leven tot zijn eer.

2 Heel de wereld moet het weten
Dat God niet veranderd is.
En zijn liefde als een lichtstraal
Doordringt in de duisternis.
‘T Werk van God is niet te keren
Omdat Hij er over waakt,
En de Geest doorbreekt de grenzen
Die door mensen zijn gemaakt.

3 Prijst de Heer, de weg is open
Naar de Vader, naar elkaar.
Jezus Christus, Triomfator,
Mijn Verlosser, Middelaar.
Vader, met geheven handen
Breng ik U mijn dank en eer.
‘T Is uw Geest die mij doet zeggen:
Jezus Christus is de Heer!

Schriftlezing: Handelingen 2: 1-12,22-24,36-41 (ouderling Klaas de Vries)

1. En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. 3. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. 5. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. 6. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. 7. En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? 8. En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? 9. Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Kappadocië, Pontus en Asia,

10. Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, 11. Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. 12. En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in onzekerheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?

22. Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet, 23. deze Jezus, Die overeenkomstig het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God overgegeven is, hebt u gevangengenomen en door de handen van onrechtvaardigen aan het kruis gespijkerd en gedood. 24. God heeft Hem echter doen opstaan door de weeën van de dood te ontbinden, omdat het niet mogelijk was dat Hij daardoor vastgehouden zou worden.

36. Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. 37. En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? 38. En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. 39. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal. 40. En met veel meer andere woorden legde hij getuigenis af en spoorde hij hen aan met de woorden: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht! 41. Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd.

Preek

Samenzang: Gezang 249: 1, 2,3

1 Wij leven van de wind / die aanrukt uit den hoge

en heel het huis vervult / waar knieën zijn gebogen,

die doordringt in het hart, / in de verborgen hof,

en uitbreekt in een lied / en opstijgt God ten lof.

2 Wij delen in het vuur / dat neerstrijkt op de hoofden,

de vonk die overspringt / op allen die geloven.

Vuurvogel van de vloed, / duif boven de Jordaan,

versterk in ons de gloed, / wakker het feestvuur aan.

3 Wij teren op het woord, / het brood van God gegeven,

dat mededeelzaam is / en kracht geeft en nieuw leven.

Dus zegt en zingt het voort, / geeft uit met gulle hand

dit manna voor elk hart, / dit voedsel voor elk land.

Geloofsbelijdenis van Nicea

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gezang 477: 1, 2

1 Geest van hierboven, / leer ons geloven,

hopen, liefhebben door uw kracht!

Hemelse Vrede, / deel U nu mede

aan een wereld die U verwacht!

Wij mogen zingen / van grote dingen,

als wij ontvangen / al ons verlangen,

met Christus opgestaan. Halleluja!

Eeuwigheidsleven / zal Hij ons geven,

als wij herboren / Hem toebehoren,

die ons is voorgegaan. Halleluja!

2 Wat kan ons schaden, / wat van U scheiden,

Liefde die ons hebt liefgehad?

Niets is ten kwade, / wat wij ook lijden,

Gij houdt ons bij de hand gevat.

Gij hebt de zege / voor ons verkregen,

Gij zult op aarde / de macht aanvaarden

en onze koning zijn. Halleluja!

Gij, onze Here, / doet triomferen

die naar U heten / en in U weten,

dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

Zegen

Uitleidend orgelspel: Een trio over Geest van hierboven van Joachim Frisius (*1933) (Cor Schoonbeek)

 ====================================================================

Online dienst op wezenzondag 24 mei 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter) van Wingerden
Orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Werelddiaconaat tbv kinderen in Oeganda : over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Klokgelui

Inleidende orgelspel: Voorspel bij gezang 234 ‘Al heeft Hij ons verlaten’ van Christiaan Winter (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Johannes 14: 18, 19

Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.

Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.

Samenzang Ps 68: 6, 7

6 O stoet van wie het heil bevocht

en grote overwinningstocht,

o Heer, die zijt geprezen!

Gij God, die duizend – duizendmaal

aanbeden wordt in elke taal,

almachtig Opperwezen!

Zie hoe de Heer ten hemel vaart,

vurige wagen, vurig paard,

wolk die den Heer verhulde.

Gevangen de gevangenis!

Hij die ons hoogst verlangen is

ontvang de hoogste hulde.

7 God zij geprezen met ontzag.

Hij draagt ons leven dag aan dag,

zijn naam is onze vrede.

Hij is het die ons heeft gered,

die ons in ruimte heeft gezet

en leidt met vaste schreden.

Hij die het licht roept in de nacht,

Hij heeft ons heil teweeggebracht,

dat wordt ons niet ontnomen.

Hij droeg ons door de diepte heen,

de Here Here doet alleen

ons aan de dood ontkomen.

Wet

Samenzang OTH 214: 1, 3

Doorgrond mijn hart,
En ken mijn weg, o Heer.
Beproef m’en zie wat niet is tot uw eer.
Is soms de weg,
Die ‘k ga niet goed voor mij?
Leid m’op de eeuw’ge weg,
Heer, maak mij vrij!

Zie Heer, hier ben ‘k,
Maak mij een vat voor U,
Woon in mijn hart,
Vernieuw het, doe het nu.
Verbreek mijn wil,
Maak m’ook van hoogmoed vrij.
‘K Wil in U blijven Heer, blijf Gij in mij.

Gebed

Schriftlezing: Johannes 16: 16-28(ouderling Klaas de Vries)

En Jezus zei tegen zijn discipelen:

16Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien, want Ik ga heen naar de Vader.

17Sommigen dan van Zijn discipelen zeiden tegen elkaar: Wat betekent dit dat Hij tegen ons zegt: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien; en: Want Ik ga heen naar de Vader?

18Zij zeiden dan: Wat bedoelt Hij met een korte tijd? Wij weten niet waarover Hij het heeft.

19Jezus​ dan wist dat zij Hem dit wilden vragen en zei tegen hen: Vraagt u zich onder elkaar af wat het betekent dat Ik gezegd heb: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien?

20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult huilen en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.

21Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het ​kind​ gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is.

22Ook u hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien, en uw ​hart​ zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.

23En op die dag zult u Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult ​bidden​ in Mijn Naam, zal Hij u geven.

24Tot nu toe hebt u niets ​gebeden​ in Mijn Naam; ​bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden.

25Deze dingen heb Ik in beeldspraak tot u gesproken, maar de tijd komt dat Ik niet meer in beeldspraak tot u spreken zal, maar u openlijk de dingen over de Vader zal verkondigen.

26Op die dag zult u in Mijn Naam ​bidden, en Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u vragen zal,

27want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.

28Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader.

Preek

Samenzang: Gezang 234: 1, 2

1 Al heeft Hij ons verlaten,

Hij laat ons nooit alleen.

Wat wij in Hem bezaten

is altijd om ons heen

als zonlicht om de bloemen

een moeder om haar kind.

Teveel om op te noemen

zijn wij door Hem bemind.

2 Al is Hij opgenomen,

houd in herinnering,

dat Hij terug zal komen,

zoals Hij van ons ging.

Wij leven van vertrouwen,

dat wij zijn majesteit

van oog tot oog aanschouwen

in alle eeuwigheid.

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gezang 235: 1, 2

1 In bidden en in smeken,

maak onze harten een.

Wij hunk’ren naar een teken,

o, laat ons niet alleen.

De Heiland is getreden

aan ‘s Vaders rechter hand:

wij wachten hier beneden

de gaven van zijn hand.

2 Wijd open staan de deuren,

nu is de toegang vrij.

Voor wie verweesd hier treuren

is Jezus’ hulp nabij.

Al dreigen nog gevaren,

al wacht ons kruis en strijd,

de Geest zal ons bewaren,

de Geest, die troost en leidt.

Zegen

Uitleidend orgelspel: Orgelwerk van Kurt Hessenberg

Uitleg van Cor Schoonbeek bij dit stuk muziek: “Dit is een mooi ingetogen werk van Kurt Hessenberg (1908-1994), waarin de melodie van gezang 234 (Al heeft Hij ons verlaten) wat verstopt is. Maar als je luistert hoor je opeens de flarden. Om te benadrukken dat het dezelfde melodie is sluit ik af met het koraal.

========================================================================

Online dienst op Hemelvaartsdag 21 mei 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter) van Wingerden
Orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 De Inwendige Zendings Bond : over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Klokgelui

Inleidende orgelspel: Bewerking psalm 47 van Dick Sanderman (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Ps 47: 6-8

Samenzang OTH 332 Kroon Hem met Gouden Kroon

Kroon Hem met gouden kroon,
het Lam op Zijnen troon.
Hoor, hoe het hemels loflied al,
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak, mijn ziel en zing
van Hem, die voor u stierf.
En prijs Hem in all’ eeuwigheên,
die ’t heil voor u verwierf.

Kroon Hem, der liefde Heer,
aanschouw Hem hoe Hij leed.
Zijn wonden tonen ’t gans heelal,
wat Hij voor ’t mensdom deed.
De eng’len aan Gods troon,
all’ overheid en macht,
zij buigen dienend zich ter neer,
voor zulke wondermacht.
Kroon Hem, de Vredevorst,
wiens macht eens heersen zal,
van pool tot pool,van zee tot zee,
’t klink’ over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt
en vrede heerst alom,
wordt d’aarde weer een paradijs.
Kom, Here Jezus, kom.

Gebed

Schriftlezing: Exodus 19: 17-25 (ouderling Klaas de Vries)

17 Mozes​ leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg.

18 De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig.

19 Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem. 20 Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven. 21 De HEERE zei tegen Mozes: Ga naar beneden, waarschuw het volk! Anders zullen zij doordringen tot de HEERE om Hem te zien en zullen velen van hen vallen. 22 Ook de priesters, die tot de HEERE naderen, moeten zich heiligen; anders zal de toorn van de HEERE over hen losbarsten. 23 Toen zei Mozes tegen de HEERE: Het volk kan de berg Sinaï niet beklimmen, want U hebt ons Zelf gewaarschuwd door te zeggen: Grens de berg af en heilig hem. 24 De HEERE zei tegen hem: Ga, daal af, en daarna moet u naar boven klimmen, u met Aäron bij u, maar laat de priesters en het volk niet doordringen om naar de HEERE op te klimmen, anders zal Zijn toorn over hen losbarsten. 25 Toen daalde Mozes af naar het volk en hij zei dit tegen hen.

Samenzang: Ps 24: 2, 3

2 Wie is de mens die op zal gaan

en voor Gods heilig aanschijn staan?

Wie mag de tempel binnentreden?

Wie niet op loze wijsheid bouwt,

zijn hart en handen zuiver houdt

van kwade trouw en valse eden.

3 God is hem zegenrijk nabij,

in ‘t recht des Heren wandelt hij,

de God des heils zal hem verblijden.

Een nieuw geslacht gaat op in ‘t licht

en zoekt des Heren aangezicht,

Jakob, het volk dat Hij zal leiden.

Schriftlezing: Lukas 24:45 -53

45 Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. 46 En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. 47 En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem. 48 En u bent van deze dingen getuigen. 49 En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden. 50 Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. 51 En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel. 52 En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. 53 En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen.

Preek

Samenzang: Gezang 101: 1, 4, 5

1 Om Christus wil zijn wij verblijd.

Hij heeft in alle mens’lijkheid

een zoon die naar zijn vader aardt

God in het vlees geopenbaard.

4 Hij is aanwezig in het woord,

dat wordt gepredikt en gehoord

in heel de wereld en geloofd,

en dat ons zegent hoofd voor hoofd.

5 Om Christus wil zijn wij verblijd,

die inging in Gods heerlijkheid

en voor Gods ogen, stralend schoon,

is wat wij zullen zijn, de Zoon.

Geloofsbelijdenis

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gezang 231: 1, 2 en 4

1 Wij knielen voor uw zetel neer,

wij, Heer, en al uw leden,

en eren U als onze Heer

met lied’ren en gebeden.

Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,

voor U, o Godsgetuige,

o Eerstgeboren’ uit de dood

zich diep eerbiedig buige!

2 Die ons, gereinigd door uw bloed,

tot priesters hebt verheven,

en ons de hoge rang, de moed

van koningen gegeven,

U zij de roem, U zij de lof,

U de eerkroon opgedragen!

Geheel de aard’ en ‘t hemelhof

moet van uw eer gewagen.

4 Hoe ras of traag de tijd verdwijnt,

die dag zal zeker komen.

Het licht, dat aan de kim verschijnt,

wordt reeds van ver vernomen.

Ja, halleluja, ja Hij komt!

Juicht, mensen, eng’len, samen.

Juicht met een vreugd, die ‘t al verstomt,

juicht allen! Amen, amen!

Zegen

Uitleidend orgelspel: Wij knielen voor Uw zetel neer in een bewerking van Dick Troost  (Cor Schoonbeek)

=========================================================

Online dienst op Zondag 17 mei 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter van Wingerden
Orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Het dovenpastoraat: over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Klokgelui

Inleidende orgelspel: Bewerking psalm 98 van Jaap Niewenhuyse (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Ps 98: 1 Hallelujah, zingt de Heer een nieuw lied want Hij heeft wonderen gedaan. Hallelujah!

Samenzang Ps 98: 1,2

1 Zingt een nieuw lied voor God den Here,

want Hij bracht wonderen tot stand.

Wij zien Hem heerlijk triomferen

met opgeheven rechterhand.

Zingt voor den Heer, Hij openbaarde

bevrijdend heil en bindend recht

voor alle volkeren op aarde.

Hij doet zoals Hij heeft gezegd.

3 Laat heel de aard’ een loflied wezen,

de psalmen gaan van mond tot mond.

De naam des Heren wordt geprezen,

lofzangen gaan de wereld rond.

Hosanna voor de grote Koning,

verhef, bazuin, uw stem van goud,

de Heer heeft onder ons zijn woning,

de Heer die bij ons intocht houdt.

Gebed

1e Schriftlezing(wetslezing) 1 petrus 2: 1-10

1Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.

2En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien,

3indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is,

4en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar,

5dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus.

6Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in ​Sion​ een ​hoeksteen​ die ​uitverkoren​ en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

7Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de ​hoeksteen​ geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok;

8voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ​ongehoorzaam​ te zijn, waartoe zij ook bestemd zijn.

9Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninklijk priesterschap, een ​heilig​ volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

10u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.

Samenzang: OTH 118: 1, 2 Leid mij Heer O Machtig Heiland

Leid mij, Heer, o machtig Heiland
Door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
Wees mijn Gids in ‘t barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
Vul mij met uw Geest steeds meer,
Vul mij met uw Geest steeds meer.

Laat mij zijn een Godsgetuige,
Sprekend van U meer en meer.
Leid mij steeds door uwe liefde,
Groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
Voed mij dat ik groei naar U,
Voed mij dat ik groei naar U.

Schriftlezing: Exodus 19: 1-18 (Ouderling Klaas de Vries)

1In de derde maand, op dezelfde dag dat de Israëlieten uit het land ​Egypte​ waren vertrokken, kwamen zij in de woestijn Sinaï.

2Zij braken op vanuit Rafidim, kwamen in de woestijn Sinaï en sloegen hun kamp op in de woestijn. Israël sloeg daar zijn kamp op tegenover de berg.

3Toen klom ​Mozes​ omhoog, naar God. De HEERE riep tot hem vanaf de berg: Zo moet u tegen het ​huis​ van ​Jakob​ zeggen en de Israëlieten verkondigen:

4U hebt zelf gezien wat Ik met de ​Egyptenaren​ gedaan heb en hoe Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb.

5Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn ​verbond​ in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.

6U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van ​priesters​ en een ​heilig​ volk​ zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

7Mozes​ kwam terug en riep de ​oudsten​ van het volk, en hield hun al deze woorden voor, die de HEERE hem geboden had.

8Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En ​Mozes​ bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.

9En de HEERE zei tegen ​Mozes: Zie, Ik kom naar u toe in een dichte wolk, opdat het volk het kan horen wanneer Ik met u spreek en opdat zij ook voor eeuwig in u geloven. En ​Mozes​ maakte de woorden van het volk aan de HEERE bekend.

10En de HEERE zei tegen ​Mozes: Ga naar het volk toe, en ​heilig​ hen vandaag en morgen, en laten zij hun ​kleren​ wassen

11en over drie dagen gereed zijn. Op de derde dag zal de HEERE namelijk voor de ogen van heel het volk neerdalen op de berg Sinaï.

12U moet voor het volk een grens stellen rondom de berg door te zeggen: Wees op uw hoede dat u de berg niet beklimt of ook maar de voet ervan aanraakt. Ieder die de berg aanraakt, zal zeker gedood worden.

13Geen hand mag hem aanraken, want hij zal zeker gestenigd of met ​pijlen doorschoten worden. Of het nu een dier of een mens is, hij mag niet blijven leven. Pas als de ​ramshoorn​ een langgerekte toon laat horen, mogen zíj de berg beklimmen.

14Toen daalde ​Mozes​ van de berg af naar het volk, en hij liet het volk zich ​heiligen, en zij wasten hun ​kleren.

15Hij zei tegen het volk: Wees over drie dagen gereed en nader niet tot een vrouw.

16En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde.

17Mozes​ leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg.

18De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig.

Preek

Samenzang: Gezang 434: 1, 2

1 Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere.

Laat ons naar hartelust zingen en blij musiceren.

Komt allen saam, / psalmzingt de heilige naam,

looft al wat ademt de Here.

2 Lof zij de Heer, Hij omringt met zijn liefde uw leven;

heeft u in ‘t licht als op adelaarsvleug’len geheven.

Hij die u leidt, / zodat uw hart zich verblijdt,

Hij heeft zijn woord u gegeven.

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gezang 434: 3, 5

3 Lof zij de Heer die uw lichaam zo schoon heeft geweven,

dagelijks heeft Hij u kracht en gezondheid gegeven.

Hij heeft u lief, / die tot zijn kind u verhief,

ja, Hij beschikt u ten leven.

5 Lof zij de Heer met de heerlijkste naam van zijn namen,

christenen looft Hem met Abrahams kinderen samen.

Hart wees gerust, / Hij is uw licht en uw lust.

Alles wat ademt zegt: Amen.

Zegen

Uitleidend orgelspel: Toccata over Lobe den Herren (Gez 434), van Hans Friedrich Micheelsen (Cor Schoonbeek)

===================================================================

Online dienst op Zondag 10 mei 2020
voorganger: ds G.J. Roest uit Huizen
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Wederopbouw kerken in Syrië: over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Klokgelui

Inleidende orgelspel: Voorspel bij psalm 116 van Dick Sanderman (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Samenzang Ps 116: 1, 4

1 God heb ik lief, want die getrouwe Heer

nam, toen ik riep, met toegenegen oren

mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen

en levenslang ben ik niet eenzaam meer.

4 O God, mijn God, die van de dood mij redt,

mijn tranen afwist! Voor het oog des Heren

mag ik weer vrij in ‘s levens land verkeren,

geen steen die stoot waar ik mijn voeten zet.

Gebed

Schriftlezing: Johannes 20: 1-18 (Ouderling Klaas de Vries)

1Vroeg op de eerste dag van de ​week, toen het nog donker was, kwam ​Maria uit Magdala​ bij het ​graf. Ze zag dat de steen van de opening van het ​graf​ was weggehaald. 2Ze liep snel terug naar ​Simon​ ​Petrus​ en de andere ​leerling, van wie ​Jezus​ veel hield, en zei: ‘Ze hebben de ​Heer​ uit het ​graf​ weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3Petrus​ en de andere ​leerling​ gingen op ​weg​ naar het ​graf4Ze liepen beiden snel, maar de andere ​leerling​ rende vooruit, sneller dan ​Petrus, en kwam als eerste bij het ​graf5Hij boog zich voorover en zag de ​linnen​ doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6Even later kwam ​Simon​ ​Petrus​ en hij ging het ​graf​ wel in. Ook hij zag de ​linnen​ doeken, 7en hij zag dat de doek die ​Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere ​leerling, die het eerst bij het ​graf​ gekomen was, het ​graf​ in. Hij zag het en geloofde. 9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10De ​leerlingen​ gingen terug naar huis.

11Maria stond nog bij het ​graf​ en huilde. Huilend boog ze zich naar het ​graf12en daar zag ze twee ​engelen​ in witte ​kleren​ zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van ​Jezus​ had gelegen. 13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn ​Heer​ weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14Na deze woorden keek ze om en zag ze ​Jezus​ staan, maar ze wist niet dat het ​Jezus​ was. 15‘Waarom huil je?’ vroeg ​Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16Jezus​ zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17‘Houd me niet vast,’ zei ​Jezus. ‘Ik ben nog niet ​opgestegen​ naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18Maria uit Magdala​ ging naar de ​leerlingen​ en zei tegen hen: ‘Ik heb de ​Heer​ gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Preek

Samenzang: OTH 189 (bundel 2015) Ik zal er zijn

1 Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam. 
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

 2 Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

 

3 De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

4 ‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

 

5 O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn

Geloofsbelijdenis

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gezang 442: 1, 3, 4

1 Jezus, ga ons voor

deze wereld door,

en U volgend op uw schreden

gaan wij moedig met U mede.

Leid ons aan uw hand

naar het vaderland.

3 Krimpt ons angstig hart

onder eigen smart,

moet het met de ander lijden,

Jezus, geef ons kracht tot beide.

Wees Gij zelf het licht

dat ons troost en richt.

4 In de woestenij,

Heer, blijf ons nabij

met uw troost en met uw zegen

tot aan ‘t eind van onze wegen.

Leid ons op uw tijd

in uw heerlijkheid.

Zegen

Samenzang i.v.m. koningsdag: Gezang 411: 1, 6 Wilhelmus van Nassouwe

1 Wilhelmus van Nassouwe

ben ik van duitsen bloed,

den vaderland getrouwe

blijf ik tot in den dood.

Een prinse van Oranje

ben ik vrij onverveerd,

den koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

6 Mijn schild ende betrouwen

zijt Gij, o God, mijn Heer!

Op U zo wil ik bouwen,

verlaat mij nimmermeer!

Dat ik toch vroom mag blijven,

uw dienaar te aller stond,

de tirannie verdrijven

die mij mijn hart doorwondt.

Uitleidend orgelspel: Psalm 116: 1 uit het Tabulatuurboeck van Anthonie van Noordt (Cor Schoonbeek)

==============================================================

Online dienst op Zondag 3 mei 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter van Wingerden)
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Koninlijke militaire bond Pro-Rege: over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49 

Klokgelui

Inleidende orgelspel: ‘Wilt Heden nu treden’ in een bewerking van Pierre Pidoux (Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Ps 66: 8,9 Prijst O volken onze God, en laat luide zijn lof weerklinken, die onze ziel herleven deed en niet toeliet, dat onze voet wankelde

Samenzang Ps 66: 2, 3

2 Komt, ziet nu de geduchte werken

die God aan mensen heeft gedaan;

Hij stelde aan de waat’ren perken,

droogvoets zijn zij erdoor gegaan.

Laat zich ons hart in Hem verblijden:

God houdt de volken in het oog.

Zijn rijk is over alle tijden.

Gij trotsen, draagt het hart niet hoog.

3 Doe onze God uw loflied horen,

gij volken, zingt alom op aard,

looft Hem door wie wij zijn herboren,

die ons voor wank’len heeft bewaard.

Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,

zoals men erts tot zilver smelt.

Gij die ons, aan het vuur ontheven,

gelouterd voor uw ogen stelt.

Gebed

Schriftlezing: Exodus 17,8-16 (Ouderling Klaas de Vries)

8 Toen kwam ​Amalek​ en bond de strijd aan met Israël in Rafidim.

9 Mozes​ zei tegen ​Jozua: Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan met ​Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met de staf van God in mijn hand.

10 Jozua​ deed zoals ​Mozes​ tegen hem gezegd had door de strijd aan te binden met ​Amalek. ​Mozes, ​Aäron​ en Hur klommen echter op de top van de heuvel.

11 En het gebeurde, als ​Mozes​ zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar als hij zijn hand neerliet, dat ​Amalek​ de overhand had.

12 De handen van ​Mozes​ werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. ​Aäron​ en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere kant. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk, totdat de zon onderging.

13 Zo overwon ​Jozua​ ​Amalek​ en zijn volk met de scherpte van het ​zwaard.

14 Toen zei de HEERE tegen ​Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een ​boek​ en prent het ​Jozua​ in dat Ik de herinnering aan ​Amalek​ van onder de hemel geheel zal uitwissen.

15 En ​Mozes​ bouwde een ​altaar​ en gaf het de naam: De HEERE is mijn ​Banier!

16 Hij zei: Voorzeker, de hand op de ​troon​ van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen ​Amalek​ zijn, van generatie op generatie!

Overdenking: En toen kwam Amalek……

Samenzang: Gez 401: 1, 2

1 Een vaste burcht is onze God,

een wal die ‘t kwaad zal keren;

zijn sterke arm houdt buiten schot

wie zich niet kan verweren.

De vorst van het kwaad,

de aartsvijand staat

geharnast in ‘t veld;

in list en in geweld

kan geen hem evenaren.

2 Al onze macht is ijdelheid:

wij gaan terstond verloren,

wanneer de held niet voor ons strijdt,

die God heeft uitverkoren.

Zo gij ‘t nog niet wist;

Jezus Christus is ‘t,

de Heer van ‘t heelal,

die overwinnen zal,

God zelf staat ons terzijde.

Wetslezing uit Galaten 5

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gez 459: 1, 5, 7, 8

1 Door de nacht van strijd en zorgen

schrijdt de stoet der pelgrims voort,

vol verlangen naar de morgen,

waar de hemel hen verhoort.

5 Met een lied uit duizend monden

gaan wij zingend door de nacht,

door een Geest tesaam verbonden,

naar de kust waar God ons wacht.

7 Zo gaan wij hier met elkander

door de nacht op weg naar huis,

pelgrims die uit alle landen

samenkomen om het kruis.

8 Die aan kruis en graf ontheven

zullen zingen lof en prijs

aan den Heer van dood en leven

in zijn zalig paradijs.

Zegen

Samenzang i.v.m. koningsdag: Gezang 411: 1, 6 Wilhelmus van Nassouwe

1 Wilhelmus van Nassouwe

ben ik van duitsen bloed,

den vaderland getrouwe

blijf ik tot in den dood.

Een prinse van Oranje

ben ik vrij onverveerd,

den koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

6 Mijn schild ende betrouwen

zijt Gij, o God, mijn Heer!

Op U zo wil ik bouwen,

verlaat mij nimmermeer!

Dat ik toch vroom mag blijven,

uw dienaar te aller stond,

de tirannie verdrijven

die mij mijn hart doorwondt.

Uitleidend orgelspel: Twee variaties op het Wilhelmus van Wietse Meinardi (Cor Schoonbeek)

================================================================

Online dienst op Zondag 26 april 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter van Wingerden)
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Pastoraat in eigen gemeente: over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49 

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Aanvangstekst: Ps 33:5b Hallelujah! De aarde is vol van de Goedertierenheid van de Heere

Samenzang Ps 33: 2, 8 Zingt al wie leeft!

2 Zingt al wie leeft van Gods genade,

want waarheid is al wat Hij zegt.

Op trouw gegrondvest zijn zijn daden,

op liefde rust zijn heilig recht.

Die zich openbaarde / overal op aarde,

alles spreekt van Hem.

Heem’len hoog verheven, vol van blinkend leven

schiep Hij door zijn stem.

8 Wij wachten stil op Gods ontferming,

ons hart heeft zich in Hem verheugd.

Hij komt te hulp en geeft bescherming,

zijn heil’ge naam is onze vreugd.

Laat te allen tijde / uwe liefd’ ons leiden,

uw barmhartigheid.

God, op wien wij wachten, geef ons moed en krachten

nu en voor altijd.

Gebed

Schriftlezingen: Exodus 16,6-8, 13-30

6 Toen zeiden Mozes en Aäron tegen al de Israëlieten: Vanavond nog zult u weten dat de HEERE u uit het land Egypte geleid heeft, 7 en morgenochtend zult u de heerlijkheid van de HEERE zien, want Hij heeft uw gemor tegen de HEERE gehoord. Want wie zijn wij, dat u tegen óns mort? 8 Verder zei Mozes: Als de HEERE u in de avond vlees te eten geeft en in de ochtend brood tot verzadiging toe, dan is dat omdat de HEERE het gemor heeft gehoord waarmee u tegen Hem mort. Want wie zijn wij? Uw gemor is niet tegen ons gericht, maar tegen de HEERE.

13 En tegen de avond gebeurde het dat er kwartels kwamen aanvliegen, die het kamp overdekten, en in de ochtend was er een laag dauw rondom het kamp.

14 Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde. 15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft. 16 Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft: Ieder moet ervan verzamelen naar wat hij eten kan, een gomer per hoofd, naar het aantal van uw personen. Ieder moet het nemen voor hen die in zijn tent zijn. 17 En zo deden de Israëlieten, zij verzamelden, de een veel en de ander weinig. 18 Zij maten het met de gomer. Wie veel had verzameld, had niets over, en hem die weinig had verzameld, ontbrak niets. Ieder had zó veel verzameld als hij eten kon. 19 En Mozes zei tegen hen: Niemand mag ervan overlaten tot de volgende morgen. 20 Maar zij luisterden niet naar Mozes en sommige mannen lieten ervan over tot de volgende morgen. Toen zat het vol wormen en stonk het. Daarom was Mozes erg kwaad op hen. 21 Zo verzamelden zij het elke morgen, ieder naar wat hij eten kon, want zodra de zon heet werd, smolt het weg. 22 Op de zesde dag gebeurde het dat zij een dubbele hoeveelheid brood verzamelden, twee gomers voor één persoon. Al de leiders van de gemeenschap kwamen dat aan Mozes vertellen. 23 Hij zei toen tegen hen: Dat is het wat de HEERE gesproken heeft. Morgen is het de rustdag, de heilige sabbat voor de HEERE! Wat u bakken wilt, bak het, en kook wat u koken wilt, en laat alles wat er overblijft voor uzelf liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. 24 Zij lieten het staan tot de volgende morgen, zoals Mozes geboden had, en nu stonk het niet en waren er geen maden in.25 Toen zei Mozes: Eet dit vandaag, want vandaag is het de sabbat voor de HEERE. U zult het vandaag buiten niet vinden.

26 Zes dagen moet u het verzamelen, maar op de zevende dag is het sabbat. Dan zal het er niet zijn.

27 Het gebeurde echter op de zevende dag dat sommigen van het volk eropuit gingen om brood te verzamelen, maar zij vonden niets. 28 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Hoelang weigert u nog Mijn geboden en Mijn wetten in acht te nemen? 29 Zie, omdat de HEERE u de sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u op de zesde dag brood voor twee dagen. Ieder moet op zijn plaats blijven! Niemand mag er op de zevende dag vanuit zijn verblijfplaats opuit gaan! 30 Zo rustte het volk op de zevende dag.

Overdenking: Manna voor elke dag!

Samenzang: Gezang 249: 1, 2, 3 Wij leven van de wind

1 Wij leven van de wind

die aanrukt uit den hoge

en heel het huis vervult

waar knieën zijn gebogen,

die doordringt in het hart,

in de verborgen hof,

en uitbreekt in een lied

en opstijgt God ten lof.

2 Wij delen in het vuur

dat neerstrijkt op de hoofden,

de vonk die overspringt

op allen die geloven.

Vuurvogel van de vloed,

duif boven de Jordaan,

versterk in ons de gloed,

wakker het feestvuur aan.

3 Wij teren op het woord,

het brood van God gegeven,

dat mededeelzaam is

en kracht geeft en nieuw leven.

Dus zegt en zingt het voort,

geeft uit met gulle hand

dit manna voor elk hart,

dit voedsel voor elk land.

Wet: Exodus 20:1-17

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Op Toonhoogte 151: 1, 2, 3 Ik bouw op U

1 Ik bouw op U, mijn schild en mijn verlosser,
niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in Uw kracht, gerust in Uw bescherming,
ik bouw op U en ga in Uwe naam.
Sterk in Uw kracht, gerust in Uw bescherming,
ik bouw op U en ga in Uwe naam.

2 Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend
en telkens meer moet ik Uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij een lied van overwinning,
ik bouw op U en ga in Uwe naam.
Toch rijst in mij een lied van overwinning,
ik bouw op U en ga in Uwe naam.

3 Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser,
gij voert de strijd, de huld’ is u gewijd.
In ‘t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan,
in rust met U die mij hebt voortgeleid.
In ‘t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan,
in rust met U die mij hebt voortgeleid.

Zegen

===============================================================

Online dienst op Zondag 19 april 2020
voorganger: ds M. Krooneman uit Noordhorn
orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Stichting Ter Wille: over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Tip: steek een kaarsje (licht van Pasen) aan bij het meebeleven van deze dienst

Inleidend Orgelspel: Christ lag in Todesbanden, J.S. Bach (Cor Schoonbeek)

Zie voor de tekst van het lied waar Bach de muziek bij schreef Gez 203 in het LvK

Samenzang: Gezang 221:1, 3

1 Wees gegroet, gij eersteling der dagen,

morgen der verrijzenis,

bij wiens licht de macht der hel verslagen

en de dood vernietigd is!

Here Jezus, trooster aller smarten,

zon der wereld, schijn in onze harten,

deel ons zelf de voorsmaak mee

van der zaal’gen sabbathsvree!

3 In uw hoede zijn wij wel geborgen,

en schoon eerlang ‘t oog ons breek’,

open gaat het op de grote morgen

na deez’ aardse lijdensweek.

Welk een dag der ruste zal dat wezen,

als we onsterf’lijk, uit de dood verrezen,

knielen voor uw dankaltaar!

Amen, Jezus, maak het waar!

Stil gebed

Votum en groet

Samenzang Psalm 27:4 
4 Zoals Gij eenmaal mijn geroep verhoorde,

zo spreek weer tot uw knecht en geef hem licht.

Mijn hart zegt stil de liefelijke woorden

die Gij eens zeide: “Zoek mijn aangezicht”.

Uw aangezicht, ik wil het zoeken, Heer!

Verberg het niet, beproef mij niet te zeer!

Ik hoop geen heil dan Gij voor mij bewaart,

ik smacht naar ‘t uur dat Gij U openbaart!

Wet van de HEERE en samenvatting

Samenzang Psalm 119: 1, 2, 3

1 Welzalig wie de rechte wegen gaan,

wie in de regels van Gods wijsheid treden.

Zalig wie zijn getuigenis verstaan,

van ganser harte zoeken naar zijn vrede.

Geen onrecht en geen dwaling lokt hen aan.

De weg der zondaars wordt door hen gemeden.

2 Gij hebt ons hart uw orde opgelegd,

opdat wij die met ijver onderhouden.

Ach, ging ik toch de wegen van uw recht,

dan stond ik niet beschaamd, als ik vertrouwde

op wat Gij in uw liefde tot mij zegt,

als ik de schoonheid van uw wet aanschouwde.

3 U dank ik, Heer, in opgetogenheid.

Mijn hart verheugt zich over uw bevelen,

U wil ik, die de allerhoogste zijt,

in alles volgen, niets voor U verhelen.

Verlaat mij niet, ik ben U toegewijd,

verlaat mij niet, laat in uw gunst mij delen.

Gebed om de opening van het Woord en de verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezing: 1 Korinthe 15:50-58 (Ouderling Klaas de Vries)

50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.

51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,

52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

53 Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.

54 En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.

55 Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?

56 De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet.

57 Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.

58 Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.

Samenzang Psalm 116: 3, 4

3 Hij is goedgunstig in gerechtigheid,

Hij wil zich altijd over ons ontfermen.

Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.

Rust nu, mijn ziel, de Heer heeft u bevrijd.

4O God, mijn God, die van de dood mij redt,

mijn tranen afwist! Voor het oog des Heren

mag ik weer vrij in ‘s levens land verkeren,

geen steen die stoot waar ik mijn voeten zet

Verkondiging n.a.v. 1 Korinthe 15:57

Samenzang Psalm 17:7

7 O blij vooruitzicht dat mij streelt,

ik zal, ontwaakt, uw lof ontvouwen,

U in gerechtigheid aanschouwen,

verzadigd met uw goddelijk beeld.

Dankgebed en voorbede

Samenzang Gezang 445: 1, 2, 3

1 God heeft mij zijn Zoon gegeven,

door ‘t geloof nam ik Hem aan;

ja, ik weet het, ik zal leven,

en door Hem ten hemel gaan.

Zelfs eer ik nog was geboren,

heeft mij God in Hem verkoren,

eer zijn woord met scheppersmacht

dit heelal tot aanzijn bracht.

2 Jezus Christus is gestorven,

is verrezen, ook voor mij,

heeft de zegepraal verworven

en het leven, ook voor mij.

Aan Gods rechterhand gezeten,

zal Hij nimmer mij vergeten,

maar, uit deernis met mijn lot,

treedt Hij voor mij in bij God.

3 Ruwe stormen mogen woeden,

alles om mij heen zij nacht,

God, mijn God zal mij behoeden,

God houdt voor mijn heil de wacht.

Moet ik lang zijn hulp verbeiden,

zijne liefde blijft mij leiden:

door een nacht, hoe zwart, doe dicht,

voert Hij mij in ‘t eeuwig licht.


Zegen

Uitleidend orgelspel: Christ lag in Todesbanden en nu een bewerking van G. Böhm (Cor Schoonbeek)

 

====================================================================

Online dienst op Paasmorgen 11 april 2020
voorganger: ds G.W. (Wouter) van Wingerden
orgelsoli: Cor Schoonbeek
Collecte doelen: 1 voor de kerk en 2 Kerk in Actie (onderwijs in India): over te maken op rekening van de diaconie: NL53INGB 0003 4851 49

Tip: steek een kaarsje (licht van Pasen) aan bij het meebeleven van deze dienst

Muzikale Paasgroet: Daar Juicht een Toon (organist: Cor Schoonbeek)

Mededelingen (Ouderling Klaas de Vries)

Votum en Groet

Samenzang: OTH 88 Daar juicht een toon

1. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
die galmt door gans’ Jeruzalem;
een heerlijk morgenlicht breekt aan:
de Zoon van God is opgestaan!

2. Geen graf hield Davids Zoon omkneld,
Hij overwon, die sterke Held.
Hij steeg uit ‘t graf door ‘s Vaders kracht,
want Hij is God, bekleed met macht!

3. Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan;
wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en helle niet.

4. Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
een leven door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid.

Gebed

Schriftlezingen: Mattheüs 28: 1-10 (Klaas de Vries)

1 Laat na de sabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken.

2 En zie, er vond een grote aardbeving plaats, want een engel van de Heere, die uit de hemel neerdaalde, ging erheen, rolde de steen van de opening weg en ging erop zitten.

3 Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.

4 De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden.

5 Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was.

6 Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft.

Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft.

7 En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd.

8 En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten.

9 Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem.

10 Toen zei Jezus tegen hen: Wees niet bevreesd; ga heen, bericht Mijn broeders dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.

Overdenking: Wees niet bevreesd!

Samenzang Ps 118: 9, 10

9 Dit is de dag, die God deed rijzen,

juicht nu met ons en weest verblijd.

O God, geef thans uw gunstbewijzen,

geef thans het heil door ons verbeid.

Gezegend zij de grote koning

die tot ons komt in ‘s Heren naam.

Wij zeeg’nen u uit ‘s Heren woning,

wij zegenen u al tezaam.

10 De Heer is God, zijn gunst verheugde

ons oog en hart met vrolijk licht.

Nu worde ‘t offer onzer vreugde

op zijn altaren aangericht.

Gij zijt mijn God, U zal ik prijzen,

o God, U roemen wijd en zijd.

Laat aller lof ten hemel rijzen;

Gods liefde duurt in eeuwigheid.

Geloofsbelijdenis (Ingrid van Wingerden)

Samenzang: Gezang 215: 1, 2, 3

1 Christus, onze Heer, verrees, halleluja!

Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!

Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,

bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!

2 Prijst nu Christus in ons lied, halleluja,

die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,

die aanvaardde kruis en graf, halleluja,

dat Hij zondaars ‘t leven gaf, halleluja!

3 Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,

heeft verzoening ons bereid, halleluja!

Nu is Hij der heem’len Heer, halleluja!

Eng’len juub’len Hem ter eer, halleluja!

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gez 218: 1,3,4,5,8

1 Ik zeg het allen, dat Hij leeft,

dat Hij is opgestaan,

dat met zijn Geest Hij ons omgeeft

waar wij ook staan of gaan.

3 Nu schijnt ons deze wereld pas

der mensen vaderland:

een leven dat verborgen was

ontvangen we uit zijn hand.

4 Tenonder ging de sterke dood,

tenonder in de vloed;

nu straalt ons in het morgenrood

zijn toekomst tegemoet.

5 De donk’re weg die Hij betrad

komt uit in ‘t hemelrijk,

en wie Hem volgen op dat pad,

worden aan Hem gelijk.

8 ‘t Is feest, omdat Hij bij ons is,

de Heer die eeuwig leeft

en die in zijn verrijzenis

alles herschapen heeft.

Zegen

Uitleidend orgelspel: U zij de Glorie! (organist: Cor Schoonbeek)

============================================================

Online dienst 29 maart 2020
Voorganger: ds G.W (Wouter) van Wingerden

Klokgelui van de kerkklokken van Westerbroek

Welkom en mededelingen door Ouderling Klaas de Vries

Votum en Groet

Aanvangstekst: Ps 43: 3

Zend uw licht en uw waarheid, / laten zij mij geleiden

en brengen naar uw heilige berg, / naar de plaats waar u woont.

Samenzang: Ps 139: 1 en 14

1 Heer, die mij ziet zoals ik ben,

dieper dan ik mijzelf ooit ken,

kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,

Gij volgt mij waar ik zit of sta.

Wat mij ten diepste houdt bewogen,

‘t ligt alles open voor uw ogen.

14 Doorgrond, o God, mijn hart; het ligt

toch open voor uw aangezicht.

Toets mij of niet een weg in mij

mij schaadt en leidt aan U voorbij.

O God, houd mij geheel omgeven,

en leid mij op den weg ten leven.

Gebed

Schriftlezing Mattheüs 27: 27-32 (Mariëlle Vos)

27 Toen namen de soldaten van de stadhouder Jezus met zich mee in het gerechtsgebouw en verzamelden heel de legerafdeling om Hem heen.

28-29 En toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlakenrode mantel om, vlochten een kroon van dorens, zetten die op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in Zijn rechterhand.

Zij vielen op hun knieën voor Hem neer en bespotten Hem met de woorden: “Gegroet, Koning van de Joden!”

30 Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd.

31 En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit, trokken Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.

32 Toen zij op weg gingen, troffen zij een man uit Cyrene aan, van wie de naam Simon was; die dwongen zij om Zijn kruis te dragen.

Overdenking: Gedwongen

Samenzang: Gezang 177: 1, 2, 5, 6

1 Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,

in deze zee verzinken mijn gedachten:

o liefde die, om zondaars te bevrijden,

zo zwaar moest lijden.

2 ‘k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen,

tot in de dood als mens gehoorzaam wezen,

in onze plaats gemarteld en geslagen,

de zonde dragen.

5 Dit breekt mijn trots. Waar zou ik nog op bogen?

Ik lig in ‘t stof, maar God komt mij verhogen,

nu ik van vijand Gods en tegenstander

in vriend verander.

6 Daar Ge U voor mij hebt in de dood gegeven,

hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven?

Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden

mijn hart niet wijden?

Dankgebed en voorbede

Geloofsbelijdenis

Samenzang: Gezang 463: 1, 4, 5

1 O Heer die onze Vader zijt,

vergeef ons onze schuld.

Wijs ons de weg der zaligheid,

en laat ons hart, door U geleid,

met liefde zijn vervuld.

4 Leg Heer uw stille dauw van rust

op onze duisternis.

Neem van ons hart de vrees, de lust,

en maak ons innerlijk bewust

hoe schoon uw vrede is.

5 Dat ons geen drift en pijn verblindt,

geen hartstocht ons verwart.

Maak Gij ons rein en welgezind,

en spreek tot ons in vuur en wind,

o stille stem in ‘t hart.

Zegen

==========================================================

zondag 22 maart 2020
Voorganger: ds N.F.L. de Leeuw uit Oude Pekela
Organist W. Brienen

Intochtslied Gezang 177: 1,5
·         Stil gebed
·         Votum en Groet
·         Zingen Psalm 88: 4,8
·         Lezing van de wet
·         Zingen Psalm 119: 61 

Dienst van het Woord
·         Gebed om verlichting met de Heilige Geest.
·         Schriftlezing uit Mattheus 26: 47-56
·         Zingen Psalm 38: 7,8,11
·         Verkondiging vanuit Mattheus 26: 49,51
·         Zingen Gezang 182: 2,3

Dienst van de gebeden
·         Dankzegging voor het Woord en voorbeden  

Dienst van de barmhartigheid
·         Collecte in 2 rondgangen

·         Slotzang Psalm 85: 3,4
·         Zegen

gz 411 : 6

=========================================================

Zondag 15 maart 2020 (biddag voor gewas en arbeid)
Voorganger: ds G.W. van Wingerden
Organist: Geert Schoonbeeek en Burgemeester A. Hoogendoorn (her-ingebruikname orgel)

Intochtslied: Ps 25: 7, 10

Votum en groet

Samenzang: Ps 81:1, 8, 9

Gebed voor het gewas

Samenzang: Ps 65: 1, 5

Gebed voor de arbeid

Samenzang: Ps 127: 1, 2

Gebed bij de opening van het woord

Schriftlezing: Matt 26: 36-46

Samenzang: Gez 324: 1, 4

Preek

Samenzang: Gez 398: 2, 3, 4

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gez 380: 1, 2, 5, 6, 7

Zegen

=================================================

Zondag 1 maart 2020
Voorganger: ds N. Noorlander uit Onstwedde
Organist : Cor Schoonbeek

Gezang 177 : 1 en 2

Psalm 98 : 1 en 2

Psalm 86 : 4

Gezang 188 : 1 en 2

Psalm 145 : 1 en 4

Gezang 477 : 1 en 2

 

Schriftlezing: Johannes 12 : 12 – 24

Tekst: Johannes 12 : 21b


===========================================

Zondag 23 februari 2020
Voorganger: Proponent Gert de Kok uit Groningen
Organiste: Mw. Janny Spijkman-Doornbos

Welkom en mededelingen door kerkenraad

Dienst van de voorbereiding

Aanvangslied Psalm 27: 1, 2

Stil gebed

Votum en groet

Lied Psalm 66: 1, 2, 3

Apostolisch vermaan Romeinen 6:9-14 (HSV)

Lied Gezang 158: 1, 2, 3, 4

Dienst van het Woord

Gebed om verlichting met de heilige Geest en opening van het Woord

Schriftlezingen Jesaja 49:1-7, Matteüs 4:12-25 (HSV)

Lied Gezang 75: 7, 8, 9

Prediking

Lied Gezang 47: 1, 2, 3

Dienst van de gebeden

Dankgebed en voorbeden

Stil gebed

Gezamenlijk Onze Vader

Dienst van de barmhartigheid

Inzameling van de gaven

Slotlied Psalm 98: 3, 4

Zegenbede

Antwoord gemeente 3x amen


=============================================================
Zondag 16 februari 20
Voorganger: ds H. Bakhuis uit Hoogeveeen
Organist: W. Brienen

Intochtslied: ps 122: 1 en 2 lofpsalm: ps 27: 1 en 2 na de wet: gez 1 Na de lezing: ps 62: 1 en 5 Na de preek: gez 258: 1 en 3 Slotzang gez 14: 1 en 5 Zegen gevolgd door een 3 x gezongen Amen. lezing: 1 Sam 1: 24-28 Lucas 2: 45-52
=======================================================================
Helaas is de opname van onderstaande dienst mislukt en komt deze niet op de  site om te kunnen beluisteren.
 
zondag 9 februari 2020
Voorganger: drs J.W. Bassie uit Groningen
Organist: Geert Schoonbeek

Welkom en mededelingen

Zingen: Psalm 42: 1, 3

Stil gebed, Votum en Groet,

Zingen: Psalm 103: 1, 7

Lezing van het Gebod/Apostolische vermaning

Zingen: Psalm 25: 1, 2, 5

Gebed om de verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezingen:

Psalm 23

Johannes 10: 11-16

Zingen: Psalm 121: 1, 4

Verkondiging

Zingen: Gezang 14 ‘De Heer is mijn Herder…’

Dankgebed, voorbeden

Inzameling van de gaven

Zingen: Gezang 330: 1, 3 Heb dank o God van alle leven.

Zegen

=======================================
Zondag 2 februari 2020 (viering Heilig Avondmaal)
Voorganger: ds G.W. van Wingerden
Organist: W. Brienen

Intochtslied: Ps 93: 2, 4

Votum en Groet

Samenzang: Ps 139: 1, 2

Samenvatting van de wet

Samenzang: Ps 139: 8, 14

Gebed om de opening van het woord

Schriftlezing: Matt 13: 24-43

Samenzang: Gez 55: 1,2, 3, 4

Verkondiging

Samenzang: ps 67: 1, 3

Formulier

Avondmaalsgebed

Samenzang: Gez 360: 1, 2

Nodiging

Viering Heilig Avondmaal

Lofprijzing, Dankgebed, Voorbede, Onze Vader

Samenzang: Gez 360: 3

Zegen

 
==========================================================
Zondag 26 januari 2020 (voorbereiding voor de viering van het heilig Avondmaal)
Voorganger: ds C. Hoek
organist: Cor Schoonbeek
 
Aanvangslied: Ps. 100: 1, 2 en 3
Stil gebed 
Votum en groet
Ps. 100: 4
Eerste deel van het formulier om het Heilig Avondmaal te vieren
Gez. 323: 1, 3 en 6 
Gebed om de opening van het Woord
Schriftlezingen: Amos 4: 4 t/m 8 en Johannes 2: 13 – 25
Ps. 69: 3 en 5
Verkondiging: De tempel afgebroken en weer opgebouwd
Gez. 319: 1, 2, 3, 4 en 5
Dankgebed en voorbeden
Inzameling der gaven
Ps. 84: 1 en 2
Zegen

===============================================

Zondag 19 januari 2020
Voorganger: Dr H.J.C.C.J. Wilschut uit Bovensmilde
Organist: W. Brienen

Zingen: Gez. 445:3

Votum en zegengroet

Zingen: Ps. 65:1

Wet van de Heere/samenvatting

Zingen: Ps. 65:2,4

Gebed

Lezen: Jona 1:1-6

Tekst: Markus 4:35-41

Collecte

Zingen: Ps. 93:1,2,3,4

Preek

Zingen: Gez. 467:2

Dankgebed

Collecte

Zingen: Ps. 89:4,5

Zegen

============================================

Zondag 12 januari 2020
Voorganger ds J.H. van Wijk uit Zwolle/Windesheim
Organiste Mw J. Spijkman-Doornbos

  • Psalm 84:1,2
  • LvK 51:1,2,3 Lieve Heer Gij zegt kom en ik kom
  • wetslezing + Psalm 1:1,2
  • Schriftlezing Mattheus 3:1-12 NBV
  • LvK 46:1,3,4 Kwam van Godswege
  • LvK  252:1-4 Wat zijn de goede vruchten
  • Psalm 86:4
======================================================
Zondag 5 januari 2020
voorganger ds G.W. (Wouter) van Wingerden
organist W. Brienen

Intochtslied: Ps 72 : 1, 2, 4

Votum

Samenzang: Lied 24 uit de zangbundel Westerbroek (Leid mij Heer o machtig Heiland)

Wet bij monde van Mozes, Micha, Jezus en Paulus

Samenzang: Ps 25: 3, 4

Gebed

Schriftlezing: Ps 25

Samenzang: Ps 43: 1, 3, 5

Verkondiging

Samenzang: Gez 426: 1, 3, 5

Dankgebed en voorbede

Samenzang: Gez 479: 1, 4

Zegen van St Patrick

======================================================

Kerstzangavond 2019 Westerbroek

Organist: Wout Brienen
Leiding: Klaas de Vries
Lectoren: Christien Alberts en Jaap Noot

Aanvang 19.30 uur

Inleidend orgelspel en klokluiden

Welkom

Aanvangslied:

Gezang 138 (LvdK)

1 Komt allen tezamen,

jubelend van vreugde:

komt nu, o komt nu naar Bethlehem!

Ziet nu de vorst der eng’len hier geboren.

Komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden die Koning.

4 O Kind, ons geboren,

liggend in de kribbe,

neem onze liefde in genade aan!

U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!

Komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden,

komt, laten wij aanbidden die Koning.

Openingswoorden en gebed

Gezang 124 (LvdK)

1. Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig heersen zal.

2. De duisternis gaat wijken
van de eeuwenlange nacht.
Een nieuwe dag gaat prijken
met ongekende pracht.

3. Zij, die gebonden zaten
in schaduw van de dood,
van God en mens verlaten –
begroeten ’t morgenrood.

4. De zonne, voor wier stralen
het nachtelijk duister zwicht,
en die zal zegepralen,
is Christus, ’t eeuwig licht!

5. Reeds daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig heersen zal.

Lezing Lukas 2 : 1-7 De geboorte van Jezus

Jozef en Maria gaan naar Betlehem

1 In die tijd werd er een bevel van keizer Augustus bekendgemaakt.

Hij wilde alle inwoners van het Romeinse rijk laten tellen.

2 Het was de eerste keer dat dit gebeurde. Het was in de tijd dat Quirinius de

provincie Syrië bestuurde.

3 Iedereen moest geteld worden in de plaats waar zijn familie vandaan kwam. Daarom gingen alle mensen op reis.

4-5 Ook Jozef moest op reis. Hij ging van Nazaret in Galilea naar

Betlehem in Judea. Want hij kwam uit de familie van David, en

David kwam uit Betlehem. Jozef ging samen met Maria naar

Betlehem. Maria zou met Jozef gaan trouwen, en ze was zwanger.

Jezus wordt geboren

6 Toen Jozef en Maria in Betlehem waren, werd het kind geboren.

7 Het was Maria’s eerste kind, een jongen. Maria wikkelde hem in

een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren. Want er was

voor hen nergens plaats om te slapen.

Gez 63 (Lvd K)

De Heer verschijnt te middernacht!
Nu is nog alles stil,
maar zalig hij die toch reeds wacht
en Hem begroeten wil.

Want ook als niemand naar Hem vraagt
noch in zijn dag gelooft,
zijn komst wordt door geen macht vertraagd:
Hij heeft het zelf beloofd.

Zijn onze lampen wel gereed
en branden ze wel goed,
zodat, als Christus binnentreedt,
Hij waardig wordt begroet?

De Heer verschijnt te middernacht!
Nu is nog alles stil.
Zalig, die toch geduldig wacht
en Hem begroeten wil.

Lezing Lukas 2 : 8-14

Herders horen het goede nieuws

8 Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten

buiten op hun schapen.

9 Opeens stond er een engel tussen de herders, en het licht van

God straalde om hen heen. De herders werden bang.

10 Maar de engel

zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed

nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn.

11 Vandaag is jullie

redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de

stad van David.

12 En zo kunnen jullie hem herkennen: het kind ligt

in een voerbak en is in een doek gewikkeld.’

13 En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen.

Ze eerden God en zeiden:

14 ‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede

op aarde voor de mensen van wie God houdt.’

Gezang 86 ( P&G) (LvdK 135)

1 Heur, Gods engels zingen eer

van ons Keunenk en ons Heer!

Vree ien wereld, mensk wees blied:

God schoft ale schuld aan zied.

Volken, zing joen hoogste laid,

dat t deur lucht en wolken gaait,

mensk en engel, ain van stem,

pries dit kiend van Betlehem!

Heur, Gods engels zingen eer

van ons Keunenk en ons Heer!

2 Keunenk van het hemelriek,

Zeun van God, wordt ons geliek,

deur geboorte oet een vraauw,

op Gods tied bliekt hier zien traauw.

Zun van Gods gerechteghaid,

dij as mensk deur t levent gaait,

woont bie mensken ien t gezin,

ainvoud is Hom nait te min.

Heur, Gods engels zingen eer

van ons Keunenk en ons Heer!

3 Pries dij Heer ien aiweghaid,

Hai geft vree en vasteghaid,

licht ien dook en duusternis,

dij ons toal en taiken is.

Zing veur Hom, elk op zien wies,

Hai gaf glaans en glorie pries,

ging ien t graf, hierom allain,

dat wie weer Gods glorie zain.

Heur, Gods engels zingen eer

van ons Keunenk en ons Heer!

Lezing Jesaja 53

1Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?

Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?

2Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,

als een wortel die uitloopt in dorre grond.

Onopvallend was zijn uiterlijk,

hij miste iedere schoonheid,

zijn aanblik kon ons niet bekoren.

3Hij werd veracht, door mensen gemeden,

hij was een man die het lijden kende

en met ziekte vertrouwd was,

een man die zijn gelaat voor ons verborg»,

veracht, door ons verguisd en geminacht.

4Maar hij was het die onze ziekten droeg,

die ons lijden op zich nam.

Wij echter zagen hem als een verstoteling,

door God geslagen en vernederd.

5Om onze zonden werd hij doorboord,

om onze wandaden gebroken.

Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,

zijn striemen brachten ons genezing.

6Wij dwaalden rond als schapen,

ieder zocht zijn eigen weg;

maar de wandaden van ons allen

liet de HEER op hem neerkomen.

Overweging: Delen

Gz 139 (LvdK)

1 Komt, verwondert u hier, mensen,
ziet, hoe dat u God bemint,
ziet vervuld der zielen wensen,
ziet dit nieuw geboren kind!
Ziet, die ‘t woord is, zonder spreken,
ziet, die Vorst is, zonder pracht,
ziet, die ‘t al is, in gebreken,
ziet, die ‘t licht is, in de nacht,
ziet, die ‘t goed is, dat zo zoet is,
wordt verstoten, wordt veracht.

2 O Heer Jesu, God en mense,
die aanvaard hebt deze staat,
geef mij wat ik door U wense,
geef mij door Uw kindsheid raad.
Sterk mij door Uw tere handen,
maak mij door Uw kleinheid groot,
maak mij vrij door Uwe banden,
maak mij rijk door Uwe nood,
maak mij blijde door Uw lijden,
maak mij levend door Uw dood.

Christien Alberts leest het verhaal Kerstnacht voor

geschreven door Ina van der Beek

Gz 143 (LvdK)

1 Stille nacht, heilige nacht!

Davids Zoon, lang verwacht,

die miljoenen eens zaligen zal,

wordt geboren in Bethlehems stal,

Hij, der schepselen Heer,

Hij, der schepselen Heer.

2 Hulploos Kind, heilig Kind,

dat zo trouw zondaars mint,

ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,

wordt Ge op stro en in doeken gelegd.

Leer me U danken daarvoor.

Leer me U danken daarvoor.

3 Stille nacht, heilige nacht!

Vreed’ en heil wordt gebracht

aan een wereld, verloren in schuld;

Gods belofte wordt heerlijk vervuld.

Amen, Gode zij eer!

Amen, Gode zij eer!

Dankgebed

Collecteren voor: 1 de kerk 2 Kinderen in de knel

Gz 134 (LvdK)

Eer zij God in onze dagen,
eer zij God in deze tijd.
Mensen van het welbehagen,
roept op aarde vrede uit.
Gloria in excelsis Deo,
Gloria in excelsis Deo.

Eer zij God die onze Vader
en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde
naar ons toe gekomen is.
Gloria in excelsis Deo,
gloria in excelsis Deo.

Lam van God, Gij hebt gedragen
alle schuld tot elke prijs,
geef in onze levensdagen
peis en vreê kyrieleis.
Gloria in excelsis Deo,
gloria in excelsis Deo.

Gezegend Kerstfeest gewenst

Na de dienst krijgt u warme chocolademelk aangeboden en er is een kleine verrassing voor u.

Op eerste kerstdag om 10.00 uur gaat in de Kerstdienst voor ds D.C. van Vliet en zal Sandy Lammersma-Weng haar muzikale medewerking verlenen.

==============================================

Zondag 22 december 2019 (laatste zondag van advent)
Voorganger: ds H. Poot
Organiste: Mw J Spijkman-Doornbos

Intochtslied: Psalm 145: 1

Stil Gebed, Votum en Groet

Zingen: Psalm 149:1 en 5

Wetslezing/Onderwijzing

Zingen: Psalm 86:4

Gebed om de opening van het Woord

Schriftlezing: Numeri 23:7-12 en 24:14-17

Zingen: Psalm 72: 1 en 2

Schriftlezing: Jesaja 60: 1-6

Zingen: Psalm 72: 4 en 6

Verkondiging

Zingen: Gezang 26: 1,2 en 4

Dankgebed en voorbeden

Zingen: Gezang 160: 1 en 2

Zegen

===============================================

Gebruikelijke orde van dienst te Westerbroek

De gemeente is het best vertrouwd met de onderstaande orde van dienst:

Mededelingen van de kerkenraad (door een kerkenraadslid)

  • Intochtslied (door de voorganger op te geven). (wordt staand gezongen)
  • Moment van stilte
  • Votum en Groet
  • Samenzang
  • Lezing van de wet of een apostolisch vermaan.
  • Samenzang
  •  Dienst van het Woord
  • Gebed om verlichting met de Heilige Geest.
  • Schriftlezingen (event afgewisseld met samenzang)
  • Samenzang
  • Verkondiging
  • Samenzang
  •  Dienst van de gebeden
  • Eventueel een moment voor stil persoonlijk gebed
  • Als het “Onze Vader” wordt gebeden bidt de gemeente hardop mee.
  •  Dienst van de barmhartigheid
  • Collecte in 2 rondgangen
  • Slotzang (wordt staand gezongen)

Zegen gevolgd door een 3 x gezongen Amen.

We gebruiken voor de Schriftlezingen bij voorkeur de Herziene Statenvertaling. Wel zijn de NBG vertaling en de NBV vertaling aanwezig en kunnen worden gebruikt als dit de voorkeur heeft van een predikant.

We zingen uit het Liedboek voor de Kerken 1973. Er kunnen ook andere liederen worden gezongen maar dat kan alleen met gebruikmaking van een handout.

 Voor de aanvang  dienst wordt er tijdens het luiden van de klok in de consistoriekamer door de ouderling van dienst het consistoriegebed uitgesproken. Daarna gaan predikant en kerkenraad naar binnen en gaan zitten op de stoelen van de eerste rij. Een kerkenraadslid doet de afkondigingen en geeft het aanvangslied op. Tijdens het naspel daarvan leidt de ouderling van dienst de predikant op met een handdruk.

Bij het uitgaan van de dienst geeft de predikant de kerkgangers doorgaans een hand.